katinka polderman cabaretiere
De Volkskrant over 'Polderman'

Polderman is subtiel, lomp, grof, beschaafd en erg geestig


Jeroen van Merwijk, Theo Nijland, Joop Visser, Kees Torn, het zijn allemaal intelligente mannen die een avond vol kunnen zingen, zorgvuldig met taal omspringen, en ironie tot hun machtigste wapens rekenen. In dat rijtje hoort nu ook een vrouw: de jonge Zeeuwse Katinka Polderman. Ze hoopt vurig dat ze niet wordt doodgeslagen vanwege haar ongezouten mening, want ze heef geen trek in basisschoolkinderen die allemaal goedbedoelde rotzooi op de plaats des onheils gooien. Ze moet trouwens niets hebben van kleine kinderen, die 'mini-Hitlers met een mandarijn'en snapt niet wat een pedofiel daar nou in ziet. Verder verkettert ze de antirokersbrigade en heeft ze een geweldig onoprecht lied klaar voor als Nederland getroffen wordt door een terroristische aanslag. Regisseur Anita Uitde Haag heeft deze studente van de theaterakademie in Den Bosch (en winnares van het Leids Cabaret Festival 2005) in haar waarde gelaten. Met kleine vondsten is het gelukt van Polderman een vrouw te maken die zowel aan een hardrockster doet denken als aan de jaren zestig-folkzangeres Melanie met haar akoestische gitaar. Polderman is tegendraads, subtiel in haar lompheid, beschaafd in haar grofheid, en onderkoeld, maar nadrukkelijk aanwezig. Zij tilt banale onderwerpen naar een poëtisch niveau en is heel, heel erg geestig. Muzikaal is ze niet zo bijzonder. De akkoorden en melodietjes zijn simpel op het saaie af. Maar de fijnzinnige teksten en de gortdroge presentatie (van een prettig lijzige stem) maken alle minpunten in één klap goed. Weinig franje, maar daarom juist zo feestelijk.

Patrick van den Hanenberg in De Volkskrant, 22 januari 2007