katinka polderman cabaretiere

De Morgen over 'Polderman'

Voorstelling van de week: Cabaret tussen spotternij en ontroering


Schouwburgdirecteuren vragen om een vleugelpiano op het podium en die dan louter 'functioneel' gebruiken als toog om je bierflesje neer te poten. Je publiek laten meezingen met een protestsong tegen stille optochten onder het motto 'Ik hoop dat ik nooit doodgeslagen word'. Katinka Polderman (27) die in 2005 het Leids Cabaretfestival won, windt er geen doekjes om, maar wel bijzonder gevatte liedjes in haar debuutshow Polderman. Polderman wisselt haar songs af met gortdroog commentaar vol zelfspot en relativering. Over haar decor, dat bestaat uit enkele bierbakken, zegt ze: "Als je geld uitgeeft aan een decor, kun je er beter iets aan hebben". Is Polderman typisch Nederlands cabaret me maatschappijkritische liedjes? Jawel. Maar tegelijk voelt deze Zeeuwse cabaretière ook bijzonder Vlaams aan in haar poëtische taalgevoeligheid. Ze focust op wat sluimert in onze samenleving en balt dat samen tot een aanklacht tegen dommigeheid en meeloperij met een prefab antiterrorismelied of haar 'ode'aan Christina Aguilera, waarin ze haar bedankt voor de teloorgang van het feminisme. Polderman beschikt over een goede zangstem en verrassende teksten. Of het nu gaat om dagelijkse ergernissen zoals ambetante kleuters ("mini-Hitlers met een mandarijn") of een nummer als 'She feels just like pedestrian', waarin ze de kunst van het songschrijven onderuithaalt. Evengoed mag het al eens plat. Polderman profileert zich immers als een vrouw met ballen, waardoor de ontroerende momenten voor des te meer kippenvel zorgen. Goed cabaret heeft volgens Polderman drie elementen nodig: het podium gebruiken, een duur instrument en een grande finale. Polderman schenkt het ons alledrie.

Vier sterren


Liv Laveyne in De Morgen, 16 januari 2008