katinka polderman cabaretiere
Hypotheek (21-1-2007)

"We zijn maatschappelijk betrokken jonge ondernemers in de culturele sector en we bundelen onze know-how teneinde een kwaliteitsproduct in deze groeimarkt te plaatsen." Dat hadden we moeten zeggen. En niet: "Ik doe aan cabaret en mijn lief doet mijn techniek." Dan krijg je namelijk geen hypotheek. Zeker niet als je jong bent. We hadden onze ingewikkelde inkomensoverzichten keurig ingeleverd, zodat de bank die kon analyseren en zich kon verbazen over hoe Ontzettend Rijk wij zijn. Daarna zouden we met een Hypotheekdeskundige praten over Onze Situatie. Als Volwassenen, klaar voor De Grote Stap. Maar in plaats van de Hypotheekexpert wachtte ons een man die waarschijnlijk gespecialiseerd was in Roekeloos Lenende Jongeren. Hij schoof mijn gegevens onder onze neus, wees een bedrag aan en zei: "Hier kan je dus geen hypotheek op krijgen." "Ja, maar meneer, wat u aanwijst is een kwart van mijn salaris. Hier staat nog een bedrag. En hier. En mijn lief verdient ook geld." Ik wees hem de andere bedragen aan, maar ons inkomen deed er blijkbaar niet zo veel meer toe. Wat er toe deed, was dat wij jong zijn. En jongeren zijn onverstandig. "Een hypotheek neem je niet voor een week,"oreerde de man, terwijl hij onze gegevens opborg, "maar voor dertig jaar! Da's lang, der-tig jaar. Toen waren jullie nog niet eens geboren! Over een hypotheek, jongens, denk je eerst ná." Natuurlijk hadden we erover nagedacht en dat we nu hier waren, betekende dat wij dachten dat we toe waren aan een koophuis. Maar dat zei ik niet. Ik vroeg wat "we dan nu moesten doen". Of we spaargeld hadden, wilde hij weten. "Mwoah, tienduizend euro of zo", zei ik op een voor-u-is-dat-veel-maar-voor-ons-is-dat-een-fooitje-toon. Het maakte geen indruk. "Zo'n huis moet natuurlijk ook worden íngericht, hè jongens?", lachte hij. Nu had ik moeten zeggen: "Ach, natuurlijk! In onze huidige woning slapen we op de betonnen vloer en onze was doen we in een nabijgelegen vijver. Daar willen we toch wel graag verandering in brengen." Had ik moeten zeggen dus. Maar ik knikte ja. "Ach, jullie zijn nog jong, hè?", lachte de man en hij gaf ons een aai over onze bol. En wij knikten allebei weer en dachten: jong, maar niet onbezonnen en achterlijk! Maar dat zeg je niet tegen een meneer van de bank, want dat is onbeleefd. Tegen een meneer van de bank knik je ja, je geeft hem een hand en lacht: "Dank u wel en tot over een jaar of acht dan maar hè!?" En de lollie die je in je handen krijgt gedrukt, neem je dankbaar aan. De volgende keer eerst maar eens een stevig woordje VVD's leren spreken.
Trouw, 2 september 2006